The Art Server

Onnozel doen voor de fotograaf - Tsjechische fotografie in de jaren 1980

Er moet iets zijn met het getal 89. In het jaar 1689 verjoegen de Engelsen hun koning tijdens de ‘Glorious Revolution’. In 1789 begon de Franse Revolutie, en om die te gedenken werd honderd jaar later de Eiffeltoren ingehuldigd, die voor de hele wereld duidelijk maakte dat de moderne tijd was aangebroken. Nog eens honderd jaar later bleek het IJzeren Gordijn opeens heel transparant geworden, zodat de Oostbloklanden zich zo gauw ze konden losmaakten van de Sovjet-Unie, die vlak daarop zelf in elkaar klapte.
Het ging telkenmale om historische gebeurtenissen met vérstrekkende gevolgen. Wat staat ons te wachten in 2089? Daar kijken we nu al naar uit!

In het voormalige Tsjechoslowakije viel bij die overgang van communisme naar kapitalisme niet één slachtoffer, wat een mirakel mag heten. De opzijgeschoven apparatchiks werden niet gedefenestreerd, al had men daar in Praag nochtans enige ervaring mee. In het jaar 1419 had men er de afgedankte gezaghebbers eenvoudigweg uit het raam gegooid, en in 1618 deed men dat nog eens over. Een derde keer kwam er niet, maar de impact van de ‘Fluwelen Revolutie’ was er niet minder om. In alle sectoren van het openbare leven liet de 'Wendung' zich duidelijk voelen, maar men voerde geen hetze tegen de voormalige bestuurders. In de Praagse academie voor schone kunsten werden de professoren in blok op straat gezet, maar men liet hen wél meteen weer kandideren voor hun oude functie. Kunstenaars die onder het communisme hoofdzakelijk op tegenwerking en broodroof waren gestuit, traden naar voren en namen sleutelposities in. Václav Havel, een dissident schrijver met publicatieverbod en vijf jaar celervaring, werd aangesteld tot president.

Het spreekt vanzelf dat dit zo gewichtige kantelmoment vijfentwintig jaar later wordt gevierd. Ook in Antwerpen laat dit zijn sporen na. De Nederlandse vormgever en fotograaf Henrik Barends en vertaalster Anneke Pijnappel waren al vóór de zogeheten Fluwelen Omwenteling bevriend met jonge Tsjechische fotografen als Rudo Prekop (°1959),Vasil Stanko (°1962), Miro Svolik (°1960), Tono Stano (°1960) Peter Zupnik (°1961) en anderen. In 1986 hadden zij in Amsterdam de uitgeverij Voetnoot opgericht, die ze in 1997 overplaatsten naar Antwerpen. Met Voetnoot publiceerden ze talloze fotoboeken, ook over de Tsjechische fotografie, en begonnen ze in 2007 een reeks van kleine, zeer verzorgde deeltjes over de Tsjechische literatuur.

 In 2002 volgde de oprichting van de fotogalerij Baudelaire, naar de beroemde poète maudit die als eerste goed doordachte beschouwingen wijdde aan het nieuwe medium. Sindsdien bracht Baudelaire al vaak werk van Tsjechische fotografen, naast ook heel wat Nederlanders als Koen Wessing, Paul Fleming, Philip Mechanicus, Martijn Doolaard, Paul Huf en anderen (zie hierover http://theartserver.org/artikels/2012/04/21/uitgeverij-voetnoot-en-galerie-baudelaire-in-feesttenue). Voetnoot en Baudelaire zijn vandaag gevestigd aan de Plantin-Moretuslei in Antwerpen. 

Prekop, Stanko, Svolik, Stano en Zupnik in galerie Baudelaire
De reeks tentoonstellingen van Tsjechische fotografie bij Baudelaire begon in het najaar 2014 en blijft lopen tot najaar 2015. Die over Rudo Prekop is al voorbij; de tentoonstelling met werk van Vasil Stanko loopt nog tot 21 februari 2015 en wordt gevolgd door Miro Svolik. Galerie Baudelaire biedt in dit kader ook diverse publicaties aan. Sommige daarvan zijn eigen productie, andere verschenen in Praag. Een degelijk beeld van wat deze toen nog erg jeugdige fotografen deden geeft het fotoboek The Slovak New Wave, verschenen in 2014 en te koop bij Baudelaire. De honderden foto’s in dat werk stammen bijna allemaal uit de jaren 1980, de tijd dat elke Tsjech je stapelgek zou verklaard hebben als je staande hield dat de dominantie van Moskou over enkele jaren geheel zou verdampen, en dat je in Praag gewoon op de trein zou kunnen stappen om de Eiffeltoren te gaan bekijken.

The Slovak New Wave
Het boek doorbladerend valt meteen de grote eenheid op. Alle foto’s zijn zwartwit, en als er al kleur aanwezig is, dan is die losjes bijgetekend met penseel of viltstift. Op elke pagina kun je zien wat je met improvisatielust en plantrekkerij zoal kunt oproepen. Hun werk herinnert hier en daar aan de vroege komische films, toen special effects het al te zichtbare resultaat waren van kunst- en vliegwerk. In de bescheiden levensomstandigheden die het hele Oostblok kenmerkten, konden jonge fotografen niet beschikken over de uitgebreide technische en financiële middelen die figuren als Gursky, Höfer of Ruff ten dienste stonden aan de andere zijde van het IJzeren Gordijn. Er valt dan ook met de Becher Schule niet het geringste verband aan te wijzen. Hun werk lijkt er veeleer het tegendeel van: in plaats van koele registratie in uiterst gedetailleerde panoramische beelden roepen Svolik, Zupnik en hun vrienden een sfeer van fantasie en zottigheid op. Vaak zie je onderstebovengezette beelden, simpele trucages en erotische leutigheid die niet altijd even subtiel is, maar dat is de leeftijd. Soms is het niet meer dan gewoon wat klungelen en onnozel doen in een studentikoze sfeer. Soms ook dringt zich een parallel op met Teun Hocks, de rare Einzelganger uit Breda, die het begrip Fotografia buffa lanceerde. Of met het knotsgekke echtpaar Anna en Bernd Blume, die in de jaren 1980 zichzelf fotografeerden als stoute kinderen die op de sofa springen, aan de luster hangen, met patatten gooien of stapels borden van de tafel laten glijden. Ook Hocks en de Blumes deden alles eigenhandig en zonder digitaal gepruts achteraf. 


 Jano Pavlik, 1987, z.t.                                                                                 © Jano Pavlik


Kamil Varga, 1985. Ostrich                                                                         © Kamil Varga

Dit brengt ons bij een tweede aspect van hun werk: het besloten en geïsoleerde karakter ervan. Het lijkt steeds te gaan om een kleine vriendenkring. De meeste foto’s zijn gemaakt in rommelige fotoateliers of in kleine kamertjes, mogelijk studentenkoten. Soms ook in een achtertuin, in een loods of leegstaande fabriek. Plaatsen waar geen pottenkijkers komen. Er is ook meermaals een sfeer van kwelling, foltering zelfs. Weer andere foto's parodiëren een line-up, waarbij de personen hun gezicht bedekken. Er is duidelijk enige opstandigheid mee gemoeid, gepaard met gevoelens van machteloosheid, die zich omzetten in burleske humor en sarcasme. 


Tono Stano, 1982. The Possibilities of a Room II                                      © Tono Stano


Rudo Prekop, 1990. Gekke Johnny                                                          © Rudo Prekop

De vele nachtopnames zijn misschien wel het meest onthullend. Je kon in de sterk gecontroleerde Socialistische Sovjetrepubliek Tsjechoslowakije niet veel doen op straat zonder moeilijkheden te krijgen met opbouwende partijleden of de politie. Maar ’s nachts, langs een landweg of in een wei, bleef alles mogelijk. Soms zie je ze op de wijze van Picasso in het donker tekenen met een zaklamp of vuurwerkstaafje. Of ze kantelen de wereld een kwartslag, zodat een opgebroken kasseiweg een hoge muur wordt, waar ze op elkaars schouders geklauterd overheen proberen te komen. Ook in deze foto's zit veel eigenzinnigheid, tegendraadsheid en revolte tegen een systeem dat uit obsessieve achterdocht haast geen creatieve vrijheid tolereerde. Zo gezien kunnen de foto's van Pavlik, Prekop, Stano, Stanko, Svolik, Varga en Zupnik niet anders dan politiek geduid worden. Er valt bij hen niet één foto aan te wijzen die getuigt van socialistisch-opvoedende intenties, of van Blijvende Dankbaarheid jegens de het Russische Broedervolk. Bij deze quasi-studentikoze, maar in wezen subversieve nachtopnames zitten vaak hun sterkste vondsten. 


Miro Svolik, 1985. I managed to get there in the end                                 © Miro Zvolik


Peter Zupnik, 1983. Prague, Memories of te Night                                © Peter Zupnik


Peter Zupnik, 1986. Stairway to Heaven                                                  © Peter Zupnik

The Slovak New Wave is een boek dat op het eerste zicht iets gedateerds heeft, maar bij nadere bestudering veel onthult en steeds meer gaat boeien. Het is door en door onwesters. Ook hebben de foto’s van deze jongelui sinds het zo onverwachte verdampen van het communisme een onmiskenbaar vintagekarakter gekregen. Ze stammen uit een andere wereld, die in 1989 loodrecht wegzonk als de Titanic. Het was een tijd waar slechts weinigen naar terug verlangen, en misschien zitten die weinigen nog het meest in het westen. Toch is die tijd voor veel voormalige Oostblokbewoners ook wel verbonden met enige nostalgie. De menselijke verhoudingen waren voorzichtiger maar ook intenser, en zo ook de culturele beleving. Met de haastige McDonaldisering van de Sovjet-satellietstaten werd een maatschappijmodel weggevaagd dat zijn subtiele en clandestiene charmes had. Zijn eigen humor, ook. Het treurige daarvan is dat we ginds alleen nog onze eigen, door concurrentie en consumptiedrang gedomineerde wereld terugvinden en maar al te goed herkennen.


paul ilegems, feb 2015

De tentoonstelling van Vasil Stanko met vooral werk uit de hier beschreven periode, loopt nog tot 21 februari 2015. Volgende tentoonstellingen tonen werk van Miro Svolik (tot 11 april), Tono Stano (tot 30 mei) en Peter Zupnik (tot 18 juli). Of dat ook jeugdwerk betreft, of van recentere datum, valt af te wachten. Zie daarvoor www.galeriebaudelaire.be.
Galerie Baudelaire, Plantijn en Moretuslei 119, Antwerpen
Alleen 's zaterdags te bezoeken van 14 tot 18 uur, of op afspraak.

Categorie
Fotografie
Auteur
paul ilegems
Datum
13 februari 2015

Deel via