portaal
agenda
artikels
piron
boeken
muziek
favorieten
nieuwsbrief
contact



nieuw
kunstenaars
educatief
per auteur
Goele De Bruyn
Een Introductie tot haar werk

Na studies aan de Academie van Antwerpen en het HISK begon Goele De Bruyn sculpturen te maken in materialen als dweilen en schoteldoeken, koffiefilters, schuurpapier of schuursponsjes, vuilniszakken, aluminiumfolie, toile cirée, wc-papier, etc. Zeer alledaagse, huishoudelijke materialen dus, die in de artistieke traditie erg ongebruikelijk zijn, en te maken hebben met reinigen, zuiveren, filteren, afdekken en beschermen.
In elk werk zit een bepaalde tegenspraak vervat tussen het materiaal en de vorm die ervan gemaakt is. Zij maakt bv. een springtouw van vloeipapier, een speelgoedbeertje van schuurpapier, of kinderkleedjes van dweilen en vuilniszakplastic. Het springtouw is fragiel als spinrag, onaanraakbaar als een oude mummie, als een soort relict van de kindertijd. Het beertje saboteert met zijn huid van schuurpapier zijn eigen knuffelfunctie, en de vuilniszakkleedjes lijken eerder bedoeld om een kind in weg te werpen dan om het te kleden.

 

 
    
z.t., 1992.  (schuurpapier)                             z.t., 1994. (dweil en vaatdoek)

  
    
z.t., 1994. (bloemtapijtje)                                            z.t., 1994. (Schone taal)


Het bloemtapijtje is een tuinmatje in plastic, waarop handgemaakte bloemen in crêpepapier zijn vastgezet. Het banale matje heeft een soort betovering ondergaan, maar zijn prozaïsch doel wordt niet opgeheven. Het blijft zijn functie behouden en je kan er dus je voeten aan vagen, doch niet zonder de bloemen te vertrappelen. De kijker ervaart het werk als een soort kortsluiting, een schok van herkenning en verbod, gekoppeld aan een provocatie.
Een vergelijkbaar werk is het slabbetje van zeep, dat tegelijkertijd aan een grote, krullende tong doet denken. In nog niet zo lang vervlogen tijden werd een kind dat vieze woorden had gebruikt, gedwongen een stukje zeep te eten. De ‘vuile’ tong werd door dit ritueel gereinigd, en zo kwam het kind weer op het rechte pad. Het slabbetje is dus een beeld van bedreiging en angst, dat haast letterlijk rond de hals van het kind wordt gehangen.

Bij haast elk werk van Goele De Bruyn is ook het maakproces van belang. Voor het (slabbetje) worden bv. diverse zepen gesmolten tot de juiste kleur bereikt is, tot een ruwe vorm gekneed en afgewerkt met het penseel, zoals voor een sculptuur in was. Een geduldige en toegewijde werkwijze, die een sfeer van saaiheid en dromerige routine oproept. Hoe je zelf vanalles kunt maken, hoe je de kindertjes bezig houdt. Het is in deze interactie van onderwerp, materiaal en werkwijze dat haar werk zijn totale betekenis krijgt.
Goele De Bruyn: 'Ik balanceer graag tussen iets dat absoluut niet creatief is en wel creatief, en zo wordt de afstand gecreëerd  waarbinnen ik wil werken. Dat poetsen is niet louter huismoederlijk bedoeld, maar eerder alsof het uit een kleine wereld komt, een beperkte wereld. Het heeft iets angstigs. Maar verder ook iets meditatiefs en repetitiefs, waardoor het rust kan schenken, bezinning, troost. In schoonmaken zit de betekenis van zuivering, maar ook onschuld of onbevlektheid. Nog iets verder komen we bij uitzuivering, het wissen van iets, het idee van de schone lei, dat in heel mijn werk aanwezig is.’

 

  
z.t., 1994. (Sinterklaasraket)                                            z.t.,  1993. (kerkhof)


 

Elk werk is ambivalent en de kijker komt dan ook vlot tot eigen interpretaties, die verbonden zijn met eigen ervaringen (al dan niet uit de kindertijd). De (Sinterklaasraket) lijkt tegelijk een destructie en een sublimatie in te houden van de populaire zes-decemberviering. De sint (geïnspireerd door een chocoladevorm) staat op een glazen wolk, die zijn vertikaal vertrek suggereert vanaf het lanceerplatform (een boetseertafeltje). Het moment waarop je niet meer in Sinterklaas gelooft, heeft hier een sculpturale gestalte gekregen (farewell, no regrets, to the stars, see you later).
Zo is ook het (kerkhof) vervuld van jeugdsentiment, maar niet zonder een zekere wrangheid. Het gaat om vijf identieke beelden in gips, die vergrote kopies zijn van de in Vlaanderen nog steeds populaire katholieke snoepjes, Onzelievevrouwtjes’ geheten. De beelden staan naast elkaar op rij en de kijker ziet eerst de rugzijde, die de vorm heeft van een sarcofaag (vandaar de associatie met een kerkhof). Doordat de snoepjes sterk vergroot zijn doen ze allereerst aan hun originele functie denken, nl. als Mariabeeld. Maar op het voetstuk lezen we de namen van populaire ijssoorten als mokka, stracciatella, vanille en zo meer. Er is hier dus een spel van tegengestelde associaties, waarmee  Goele De Bruyn de kijker van de wijs brengt.

 

  
    
z.t., 1996. (regen)                                            z.t., 1995. (krans-zwemband)


Het werk (regen) is eigenlijk een borduurraam, dat als schildersdoek heeft gefungeerd. Het borduurraam is tegelijk een vliegenraam en het werk kan dus voor dit doel gebruikt worden.
Wie door dat raam naar buiten kijkt, ziet donkere wolken waaruit dikke druppels vallen. Het regent zo hard, dat er van buiten spelen geen sprake kan zijn. Wat overblijft is binnen blijven, met misschien een borduurwerkje. Zo is dit werk grappig en treurig tegelijk, en zeer gelaten. Een gedwarsboomd verlangen, een streep door de rekening. Een beeld van naïviteit met een sombere dimensie.

De zwemband op kindermaat heeft de vorm van een eend, maar de bloemen horen bij een rouwkrans, en daar is het werk ook van gemaakt. Een in memoriam voor een verdronken kind? Heel bitter, heel tranerig, heel doods. Maar anderzijds - waarom zou je een rouwkrans niet gebruiken als zwemband, om vrolijk rond te plonzen? Ietwat respectloos misschien, maar een kind kun je niets kwalijk nemen. Overigens,  suggereerde Marcel Duchamp niet lang geleden al, een Rembrandt te gebruiken als strijkplank? Zolang er leven is, blijft het plezier oppermachtig.

 

  
     
z.t., 1999. (Bed van Sneeuwwitje)                                                                  

 

Het (Bed van Sneeuwwitje) heeft als hoofdkussen een grote gom in gips, waarop het AKA-logo  getekend staat. Wie zijn hoofd op deze gom te rusten legt wordt wakker met een compleet verlies van herinneringen. Het bed is tegelijk een tafel, maagdelijk afgedekt met een beschermende sprei van afwasbaar plastic, zodat de dwergen mogen morsen zoveel ze maar willen. Hun tabouretjes, zeven in getal, vormen de ‘sokkel’ van de sculptuur.
Alweer een werk over zuiverheid en onschuld, over de geheimen van het sprookje, over vergeten en herbeginnen. En alweer ontleent het werk zijn kracht aan een doorgedreven perfectie in vorm en afwerking, die de kijker tot aandacht en onderzoek dwingt. Want niets is gewoon, niets is alledaags, tenzij de gebruikte materialen, die in hun sobere samenhang een sfeer van betovering suggereren.
 
Over een recente installatie, ‘Villa Doorsparen’ getiteld (de naam komt van een huisje in Heist) schreef Goele De Bruyn volgende introductie: 'Villa Doorsparen' is een mengeling van oppervlakkige verwijzingen naar vormen van geloof, sentimenten en hoop. Alle onderdelen hebben te maken met vocht en smet. Rondom het werk heb ik de betonvloer gevernist, zodat hij nat lijkt en voor de kijker fungeert als een doorgangszone. Hij loopt eerst zogezegd over het water als een heilige, en betreedt dan een eiland van droogte. Daar ziet hij aaneengesloten dekentjes gemaakt van dweilen, waarop knoopjes in de vorm van lieveheersbeestjes liggen. Ze zijn zó gerangschikt, dat ze als legers tegen mekaar lijken op te trekken. Door de witte, wollige dweilstof lijken ze in de sneeuw te lopen. Er zijn verder ook twee bedjes van dweilstof, die voor een schoolbord liggen. Dat bord biedt een nachtelijk schouwspel. Het toont een oneindige ruimte. Op het schoolbord staan twee verschillende dingen, die opeenvolgende lessen suggereren. Hetgeen er voorheen op getekend stond is nog vaag zichtbaar. Je ziet doorheen de wolk van het wissen nog de tekening van een kerstman die door de lucht vliegt met zijn hertenroedel en die bijna in botsing komt met een vliegtuig. Op die uitveegwolk is een nieuwe tekening gemaakt, nl. het schema van een kernfusie. Het toont een verkleining die vergroot wordt en wegvliegt. Een van de wegvliegende atomen is omgetekend tot een ballon. Het werk heet Hemellichamen, en ik noem het een 'verplaatsbaar ruimtebeeld'. Het bord staat in twee ouderwetse fietsstaanders, zodat het geen wand nodig heeft maar zelf als wand functioneert. Een decorstuk dat verrold kan worden als op het toneel. Het geheel van Villa Doorsparen suggereert verbindingen of samenkomsten die net geen doorgang vinden. De suggestie van een hangende toestand, een besluiteloosheid, een uitstel.

 

   
        
Fragmenten van de installatie ‘Villa Doorsparen’ (2001, Tours et Taxis, Brussel)

 
    
z.t., 2001. Dievenluik        z.t.,  2003. (slagboom), Galerie Netwerk, Aalst

 


De multiple getiteld ‘Dievenluik’ is een kattendeurtje op mensenmaat, bedoeld om gemonteerd te worden in uw voordeur, zodat elke dief zonder verdere rompslomp vrij naar binnen kan. Een anti-beveiliging dus, die onze steeds toenemende verzekerings- en bewakingsmaatschappij ondersteboven zet. Tegelijk ook een indringend beeld van weerloosheid. Zelf spreekt Goele De Bruyn van ‘een kapitalistisch object met een communistisch doel’. Het Dievenluik is verkrijgbaar in diverse kleuren en kan aangepast worden aan de wensen van de klant.

De stalen (slagboom) vertoont een bochtige lijn en is voorzien van lederen lussen, waarin men een voet of knie zou kunnen laten rusten, om het werk dat verderop staat te beschouwen. De slagboom verbiedt een toegang, maar houdt ook een toegankelijkheid in. Afweer fungeert als uitnodiging (cfr. Louise Bourgeois).
Goele de Bruyn: “De slagboom heeft te maken met een grens en een grensoverschrijding, in dit geval een begrenzing die steun geeft. Ik heb hem gebogen en kronkels laten maken om een idee van samenpersing tussen de muren te suggereren. De muren versterken een claustrofobisch effect. Ook moest het lijken of er krachtig tegen geduwd was om er doorheen te geraken. Eigenlijk de verkeerde manier om een slagboom te openen. Ik heb er ook lederen hengsels aangehangen, waar de kijker zijn voet of knie in kan plaatsen. Voorbij de slagboom liggen twee objecten die vastgemaakt kunnen worden aan degene die ze wil meenemen. Eén daarvan is een gebogen slagboombuis met rugzakriemen die als een verplaatsbare grens functioneert, of als een metafoor voor de individuele barrière die ieder mens met zich meedraagt. De buis kan op gelijk welke plek een grensgebied afbakenen.”

 

 
Galerie Netwerk, Aalst, 2003                                                                           

 

Achter de slagboom zijn rechthoekige nissen in de wand gehakt, waarin boekjes zitten vastgepropt. Ze hebben pagina’s van mousse, waarop kinderzakdoekjes zijn vastgestikt. Het bindwerk is kapot en het rode bindgaren hangt als een gordijn omlaag. De kijker krijgt alleen de bovenste pagina gedeeltelijk te zien. 

 

    
z.t., 2003, Netwerk Galerij, Aalst                                             z.t., 2003. (detail)

 

Ook de voorzetramen in beschilderd gaaswerk bemoeilijken voor de kijker een nauwkeurige waarneming. Ze hangen tegen een sombere wand en ontvangen alleen licht doorheen het wat te kleine tralievenster. Van de beschildering (hier een structuur van rode sneeuwkristallen, die net tot aan het daglicht reiken) ontgaat hem een groot deel, zodat hij met enige ergernis een meer transparante opstelling zou verlangen. De boekjes uitgestald in een vitrinekast, de voorzetramen tegen een witte muur met flink wat licht erop. Dat zou alleszins de esthetiek en de onmiddellijke toegankelijkheid (of ‘consumeerbaarheid’) van het kunstwerk bevorderen.
Maar heel wat kunstenaars kiezen ervoor, de gemakzucht van de kijker te dwarsbomen en hun werk een zekere weerbarstigheid mee te geven, die de betekenis rijker maakt en zelfs een essentieel deel van de ‘boodschap’ is.

Met haar zin voor ambivalente of contradictorische combinaties, haar wat desolate humor, haar  verwijzingen naar kindertijd en opvoeding, en haar neiging om de kijker af te weren vertoont Goele De Bruyn familiebanden met kunstenaars als Wim Delvoye, Leo Copers, Patrick Van Caeckenbergh, Rob Koelewijn, Martin Honert, Robert Gober, Louise Bourgeois, Rebecca Horn, Mark Manders en uiteraard vele anderen, waar ik zometeen niet opkom.

 

Paul Ilegems
01.12.2006



top | 20 07 2008 23:47
print