|
De jury van de "Prijs voor Schilderkunst Burgemeester Camille Huysmans", die voor de editie 2004 was samengesteld uit de schilders Robert De Vriendt en Koen van den Broek, de kunstenaar-uitgever Wilfried Huet, de conservator van het Middelheim Museum Menno Meeuwis, de kabinetchef cultuur Jan Rombouts en de galeriste Annie Gentils, kon het in korte tijd unaniem eens worden over de keus van Cindy Wright als laureate. Het werk dat zij presenteerde werd van een zodanig niveau bevonden, dat het zowel technisch als inhoudelijk zijn superioriteit duidelijk aantoonbaar maakte.

foto: Jean-Luc Wittevrongel
Naast Cindy Wright werden nog elf andere kandidaten om hun bijzondere kwaliteiten geselecteerd, met name Nick Andrews, Mark Claerbout, Eva Corluy, Ann Cornelis, Filip Jacques, Tom Liekens, Lieve Maes, David Ooms, Orphee Pannecoucke, Philippe Robeyns en Leen Van Hulst. Het werk van deze geselecteerden maakt deel uit van de tentoonstelling en catalogus.
Cindy Wright heeft zich van bij het begin van haar studietijd aan de Antwerpse academie toegelegd op figuratie. In 1996 studeerde zij af in de schilderklas van Fred Bervoets, waar zij de mogelijkheden om naar levend model te werken optimaal benutte. Naast het modelschilderen was zij ook in sterke mate geboeid door het zelfportret, en deze interesse voor het menselijke en de intieme aspecten daaraan verbonden heeft ze tot vandaag behouden.
Aanvankelijk vertoonde ze in haar thematiek en deels ook in haar wijze van schilderen - continu olie op doek, in een sterk expressieve en vrij pasteuze stijl - nogal wat invloeden van figuren als Lucian Freud, Stanley Spencer en ook Philip Pearlstein (al had ze beslist geen voeling met het Amerikaanse hyperrealisme). Sindsdien is ze zowel stilistisch als inhoudelijk opvallend geëvolueerd.
Haar werk bestaat vandaag uit een reeks grote, frontale portretten van hetzelfde formaat (170x130cm). Sommige geportretteerden hebben bekende gezichten die in de hedendaagse kunstwereld meteen kunnen worden geduid:
Luc Tuymans, Guillaume Bijl of Jan Fabre. Andere blijven voor de kijker geheel onbekend, zoals de jongen die wat kwam klussen in haar woning, of de travestiet die zij ontmoette in Barcelona. Ook 'Lula', de oudere dame die we in deze tentoonstelling zien, is een volstrekt anoniem persoon. Er is tussen de subjecten geen enkel onderscheid in de behandeling. Elk portret is strikt frontaal opgevat, een flink stuk groter dan in werkelijkheid, en geschilderd met fotografische precisie.
Op het eerste gezicht zou men een parallel kunnen leggen met de hyperrealistische portretten van Chuck Close, of met de portretfoto's van Thomas Ruff. Ook bij deze kunstenaars verschijnt het hoofd sterk vergroot en met eenzelfde neutrale expressie. Maar hier houdt de vergelijking op. Cindy Wright streeft er niet naar om als Chuck Close de procédés van de kleurenfotografie te imiteren, en zij werkt ook niet met airbrush of pixelstructuren. De beweging van het penseel en de verfstructuur blijven duidelijk zichtbaar.
Ook een vergelijking met Thomas Ruff gaat maar zeer ten dele op. In zoverre men al foto's met schilderijen kan vergelijken, is alleen de hoge graad van objectivering gemeenschappelijk. Thomas Ruff gaat uit van strakke principes: al de mensen die hij portretteert zijn niet jonger dan 25 en niet ouder dan 35, en behoren dus tot een min of meer onbepaalde leeftijdscategorie. Ze zijn niet opvallend mooi noch opvallend lelijk, ze zien er niet dom uit of intelligent, en ze vertonen weinig of geen aanwijzingen inzake hun sociale groep. Ze staren ernstig en nietszeggend in de lens, als voor een pasfoto.
Van een dergelijke psychologische neutraliteit is bij Cindy Wright geen sprake. Het gaat bij haar integendeel om de expressie van een persoonlijkheid, iemands emotionaliteit, intensiteit en levenservaring. Ook laat zij het subject in zekere mate participeren in het beeld, bijvoorbeeld door de kleren te kiezen waar hij of zij zich het best in voelt. Haar schilderijen (die zij 'mensportretten' noemt) krijgen in principe de voornaam van de geportretteerde als titel.
Een andere reeks werken noemt zij eenvoudigweg 'vleeswerken', en dat is dan ook wat de kijker van nabij te zien krijgt, en soms meer nabij dan hem lief is. Er is in haar oeuvre een fascinatie aanwezig voor het vleselijke, ook als dit veroudering en zelfs verrotting impliceert. Een fascinatie die we overigens al kennen sedert Rembrandt en Soutine (die het opengesneden karkas van een koe schilderden), en die zich voortzet in het werk van Spencer en Jean Rustin, het Orgien-Mysterien Theater van Mühl, Nitsch en Brus, de dagelijkse zelfportretten van Roman Opalka, of ook bij uiteenlopende kunstenaars als Cindy Sherman, Damien Hirst, de Chapman-brothers, Marc Quinn en vele andere.

foto: Jean-Luc Wittevrongel
Cindy Wright maakte close-ups van half bedorven filet américain en bewerkte deze beelden in de computer, om zo tot een nieuwe beeldvorming te komen. Schoonheid of afschuw is niet de intentie, wél de materie zelf, en de gestes van het penseel. Het is een puur schilderkundige benadering (en dus neutralisering) van een object van afkeer. Het beeld kan eventueel rauw, brutaal of onesthetisch ogen, maar dit is voor haar niet meer dan een secundair effect. De decoratieve dimensie van de schilderkunst interesseert haar niet. Dus kan ook een ongezond uitziende gehaktbal of een kubus van spekreepjes (het bekroonde werk in deze prijs) een aanvaardbaar thema vormen, zolang het beeld op zich in picturaal en compositorisch opzicht boeiend blijft. Er is bij dit alles ook geen 'aanklacht' of vegatarisch fanatisme in het geding – alleen de formele aspecten domineren.
Afkeer? Wellicht, maar met een bepaalde humor. Een weerzin die luchtig wordt gemaakt. De aspecten van het vlees worden op strikt objectieve wijze uitvergroot. Een procédé dat evengoed kan resulteren in het extreem nabije beeld van een vrouwelijke tepel, of van een handpalm. Er is in wezen geen verschil tussen deze detailbeelden en haar andere schilderijen naar zelfgemaakte foto's, zoals de slapende clochard op een stoep in Londen, de travestiet ‘Enriqueta’ in Barcelona, of haar ‘Lula’, het scherp getekende portret van een anonieme en erg trots lijkende oudere vrouw. Telkens weer lijkt Cindy Wright een menselijke waardigheid en morele standvastigheid uit te drukken, een bezonken rust en zelfzekerheid, en dit ondanks bepaalde tekenen van zwakheid of lichamelijk verval. Waarbij dan beurtelings sympathie en empathie zullen meespelen, sympathie voor de persoon die zij van meer nabij heeft ontmoet, empathie voor de onbekende in wiens lot zij zich kan verplaatsen.

foto: Jean-Luc Wittevrongel
In zoverre haar werk een maatschappijkritiek inhoudt, zal het allereerst om het beeld van het lichaam gaan in onze cultuur, en dan meer bepaald het stereotiepe lichaam zoals dat door de media wordt gepresenteerd, het geretoucheerde en aseptische lichaam van de reclamewereld. Vrij typerend is in dit verband haar doek van enkele Spaanse playmates die poseren voor een werk van Titiaan.
Cindy Wright: "Dikwijls hebben mijn beelden te maken met een visuele sterkte die ik herken, gekoppeld aan een inhoud die ons hopelijk iets meedeelt over onze omgeving. Ook is er een constante wisselwerking tussen de werkelijke beelden op de straat en een projectie van elementen uit de beeldcultuur. En verder is er natuurlijk het weten van de kunstgeschiedenis, de interesse voor het lichaam bij figuren als Freud of Jenny Saville, maar ook in de body art, en bij de fetisjisten en performance-kunstenaars. De inspiratie komt voort uit een mix van dit alles. Het is een reflectie of een absorberen, een reageren, een aftasten en onderzoeken van je omgeving."
PS: Meer over Cindy Wright leest u in het oktobernummer 2004 van het tijdschrift Janus. Paul Ilegems Secretaris van de jury 25.10.2004
|