|
Hollanders in beeld Portretten uit de Gouden Eeuw
Tot en met 13 januari 2008 toont het Mauritshuis een grote overzichtstentoonstelling van een van de meest fascinerende verschijnselen in de Westerse kunstgeschiedenis: de Nederlandse zeventiende-eeuwse portretschilderkunst. Nergens anders en nooit eerder werden zoveel portretten geschilderd van burgers in allerlei rangen. Desondanks is het ruim vijftig jaar geleden dat er voor het laatst een overzichtstentoonstelling aan dit onderwerp werd gewijd.
Met ongeveer 60 topstukken biedt de tentoonstelling een representatief overzicht van de 17de-eeuwse portretkunst. Naast een twintigtal werken van Rembrandt en Frans Hals, twee grote meesters van het genre, is werk te zien van ongeveer 25 andere schilders. Het aanbod van getalenteerde schilders in de Noordelijke Nederlanden was in de zeventiende eeuw ongekend groot.

Frans Hals (1582/83-1666) Portret van Catharina Hooft en haar min, c.1620 Doek, 92 x 68 cm Berlijn, Staatliche Museen, Gemäldegalerie
Vanaf 1400 ontstaat er bij de burgerij in de Noordelijke Nederlanden een toenemende belangstelling voor het geschilderde portret. Aan het begin van de 17de eeuw krijgt de burgerij steeds meer macht en invloed waarmee de behoefte aan luxeproducten toeneemt. Onze voorouders worden trots op zichzelf en laten zich graag en veelvuldig portretteren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het portret in de Noordelijke Nederlanden in de 17de eeuw uitgroeit tot het meest beoefende genre in de schilderkunst. Bij grote lagen van de bevolking waren wel een of meer portretten in huis te vinden. Schilders als Frans Hals, Rembrandt, Thomas de Keyser, Johannes Verspronck en Nicolaes Maes kregen de opdrachten en voeren er wel bij.
Details Portretten werden altijd in opdracht gemaakt. Vaak zijn hun namen bekend en bestaat er achtergrondinformatie over de afgebeelde personen. Bovendien geven details boeiende gegevens vrij. Van de afgebeelde kleding, sieraden, haardracht is af te lezen hoe modebewust of welgesteld iemand was. Een zelfbewuste blik, een stoere houding, een schalkse lach of een markant sikje zeggen iets over iemands persoonlijkheid of karakter, terwijl een attribuut of wapenschild meer over de achtergrond of het beroep van de geportretteerde onthult. Vanzelfsprekend liet men zich het liefst van zijn beste kant zien op een portret. Maar Rembrandts fenomenale Portret van een oude man uit 1667 vormt daarop een uitzondering. Hier zien we een onderuitgezakte, informeel geklede man die zich niet bewust lijkt te zijn van de schilder die hem observeert. Sommige portretten doen ondanks hun ouderdom van vele eeuwen heel actueel aan. Het lijken haast alledaagse gezichten van mensen die je op iedere hoek van de straat zou kunnen tegenkomen.

Rembrandt (1606-1669) - Portret van Jan Six, 1654 Doek, 112 x 102 cm - Amsterdam, Collectie Six
Waardevolle herinnering De motieven in de 17de eeuw om een portret te laten maken, lijken weinig te verschillen van die van tegenwoordig. Nog steeds, en misschien wel steeds meer, laten wij portretten maken van onszelf, onze geliefden en onze kinderen, om thuis op te hangen of om cadeau te geven. Een geschilderd of gefotografeerd portret is een waardevolle herinnering aan een persoon, een bijzonder moment of een bepaalde fase in het leven, maar is vooral een teken van liefde of waardering. In de 17de eeuw leidde een belangrijke benoeming vaak tot een individueel portret of tot een groepsportret. Maar men liet zich niet louter portretteren om aanzien of status te vergroten. Vrouw en kinderen werden ook op doek in intieme ‘familiekiekjes’ vastgelegd. Natuurlijk was een huwelijk een feestelijke aanleiding om een (dubbel-)portret te laten maken. Groepsportretten hadden een minder particulier karakter en werden gemaakt ter gelegenheid van een wisseling van bestuur van een charitatieve instelling, gilde of van een ander college.
Alleen, met z’n tweeën of met een hele groep Een mooi voorbeeld van een individueel portret is Hals’ Portret van Willem Coymans uit 1645 uit de National Gallery of Art in Washington. Dit portret is als het ware een momentopname van een jeugdige koopman, die met zijn losse, gekrulde lange haar de elegante nonchalance van de mode van de jonge generatie weergeeft. Portretten van echtparen of een familie werden vaak uitgevoerd als pendanten, twee schilderijen naast elkaar. Een vroeg portrettenpaar uit 1602 van een Hoorns echtpaar en hun kinderen door Jan Claesz is daar een prachtig voorbeeld van. Een dubbelportret maken betekende voor de portretschilder een extra uitdaging. Een van de meest geslaagde composities is Dubbelportret van Jan Rijcksen en zijn vrouw Griet Jans, van Rembrandt uit 1633, afkomstig uit de Royal Collection in Londen. Hier is heel mooi weergegeven hoe de scheepsbouwer van zijn ontwerptekening opkijkt wanneer zijn vrouw hem een brief aanreikt. Familieportretten (bijvoorbeeld van Jan Miense Molenaer) zijn bijzonder waardevol en interessant, omdat ze ons onder andere laten zien hoe rijke burgers hun huizen inrichtten in de 17de eeuw. Kinderportretten zoals van Jacob Cuyp, Jan Steen en Salomon de Bray zijn aandoenlijk. Bovendien vertellen ze iets over de positie van het kind in die tijd en over de relatie tussen ouders en kinderen.

Frans Hals (1582/83-1666) Portret van Willem Coymans, 1645 Doek, 77 x 64 cm Washington, National Gallery of Art, Andrew W. Mellon Collection
In de groepsportretten is een duidelijke ontwikkeling te herkennen. Op vroege groepsportretten zijn de geportretteerden vrij statisch afgebeeld, naast en boven elkaar. Vernieuwend is Rembrandts vroegste groepsportret, De anatomische les van dr. Nicolaes Tulp uit 1632. Dit meesterwerk maakte hem in één klap de meest gevierde portretschilder in de Republiek. Regentenstukken zijn groepsportretten van bestuurders van liefdadigheidsinstellingen (gasthuizen, weeshuizen of hofjes) en werden in de 17de eeuw in openbare ruimtes opgehangen. Deze zijn bij uitstek illustratief voor het georganiseerde karakter van de samenleving in ons land destijds: zij getuigen van de zorg voor de medemens en de formele organisatie van de diverse instellingen. De regenten en regentessen van de Amsterdamse Voetboogdoelen (Bartholomeus van der Helst) en van het Haarlemse St. Elizabethgasthuis (Frans Hals) zijn onder andere te zien op de tentoonstelling.
Catalogus Hollanders in Beeld: Portretten uit de Gouden Eeuw, door Rudi Ekkart en Quentin Buvelot, met bijdragen van Marieke de Winkel, Axel Rüger, Peter van der Ploeg, Ariane van Suchtelen en Lea van der Vinde. In deze toegankelijke uitgave worden alle tentoongestelde schilderijen in kleur afgebeeld en van een toelichting voorzien. Aan deze teksten gaan drie rijk geïllustreerde essays over de ontwikkeling in het geschilderde portret in de Noordelijke Nederlanden en over de kostuumhistorische aspecten van het genre vooraf.
De tentoonstelling kwam tot stand in samenwerking met de National Gallery in Londen, waar ze in de zomer van 2007 te zien was. De bruiklenen zijn afkomstig uit ruim 30 verschillende musea en particuliere collecties in Europa en de Verenigde Staten. Belangrijke bruikleengevers zijn de Royal Collection in Londen, de National Gallery of Art in Washington, de Alte Pinakothek in München, de Gemäldegalerie in Berlijn, het Musée du Louvre in Parijs en de Gemäldegalerie in Kassel.
Het museum is op van dinsdag tot zaterdag van 10.00 tot 17.00 uur en op zon- & feestdagen van 11.00 tot 17.00 uur.
In verband met de herinriching van de museumzalen is het Mauritshuis van 14 t/m 25 januari 2008 gesloten. U bent vanaf zaterdag 26 januari weer van harte welkom.
|