|
In de kleine Antwerpse fotogalerie Baudelaire is bijzonder boeiend werk te zien van de fotograaf Paul Fleming (°1964). Deze Amsterdammer, in 1990 afgestudeerd aan de Rietveld Academie, blijkt zijn camera graag op dieren te richten. Evenwel geen okapi’s, przewalskipaarden of zelden gefotografeerde vissen, maar de banale beesten die ons dagelijks omringen, zoals daar zijn honden en duiven, met af en toe nog een varken of een koe erbij. (Maar voor zover ik heb kunnen zien geen enkele kat – de familie der katachtigen laat Fleming aan andere fotografen over). Hoe je van duiven interessante foto’s maakt kun je van Fleming leren. In een bijzonder resistent pak gestoken installeert hij zich plat op de buik op het Damplein, wendbaar als de naald van een kompas, de groothoeklens quasi parallel met het aardoppervlak. Een behulpzame vriend jaagt de duiven in zijn richting, zodat Fleming helemaal wordt opgenomen in het duivengedrang en haast zelf duif wordt. Dit laatste blijkt het duidelijkst uit de (voor mij) beste foto’s van deze reeks, foto’s waar zelfs helemaal geen duif op te zien is, maar alleen de onverschillige voetstappen van voorbijgangers, die dwars door de duiven heen stappen en voor hen wellicht een aanhoudende bron van stress vormen.

Galerie Baudelaire vormt een geheel met uitgeverij Voetnoot, die geregeld uiterst verzorgde, kleine fotoboeken produceert. Zo is er ook over Paul Fleming een deeltje verschenen, met alleen maar foto’s over honden. Het is zeer toepasselijk getiteld ‘Uitgelaten’. De foto’s focussen vooral op het wisselvallige karakter van dit altijd wat verdachte (want met flinke tanden gewapende) huisdier. De trouwe hond, de lieve hond, de mooie hond. Die kennen we uit de hondenmagazines, genre ‘Woef!’. Maar daarnaast heb je ook de onbegrijpelijke hond, de onvoorspelbare hond, de dolle hond, de bedreigende hond: die leer je wat beter kennen in ‘Uitgelaten’. In dit boek zie je pas hoe ver dit rare wezen eigenlijk van ons, mensen, verwijderd is. De hond in zijn pure staat van dierlijkheid. De tekst is van Jan Cremer, die uiting geeft aan zijn grote liefde voor honden, maar ook aan zijn geweldige afkeer, al naar gelang de soort. Het omslag laat een zwemmende hond zien met een gestreept balletje in zijn muil. De strepen zitten net op de plek waar een cartoonist het gebit zou tekenen.
Al vele jaren publiceert uitgeverij Voetnoot die mooie boeken en organiseert Baudelaire verrassende fototentoonstellingen. Toch lijkt dit maar zelden tot de Belgische pers door te dringen. Ligt dit aan de nogal sterk Hollands georiënteerde keuzes die Baudelaire en Voetnoot maken? Of aan het feit dat Baudelaire niet meestapt in de cadans van de andere Antwerpse galeries? Of speelt hier ook enige Belgisch-Vlaamse kortzichtigheid mee, die alleen waarneemt wat zich in en om de eigen cenakels afspeelt? Dit wordt nog nader onderzocht. Paul Ilegems 02.12.2007
|