|
De kunst van de leegte
Over het werk van de Scandinaven Eva Hild, Kati Tuominen Niityla en Kennet Williamson.
Het lijkt ons, westerlingen, een moeilijke opgave om een buste van een Romein te tekenen zonder omtrekken te mogen afbakenen of details af te lijnen. Toch, vertelde Takeshi Yasuda mij ooit eens, is dit de wijze waarop ik mijn opleiding aan de Japanse academie begon.
De beroemde architect Tadao Ando, zei ooit dat de muren in de woning functioneerden als de wachters van het levende vacuum binnen hun grenzen ... Japanners zijn opgeleid om de leegte een gezicht te geven. Japanners verstaan de kunst om de materie in dienst te stellen van een vibrerende ‘leegte’. De dialectische kadans tussen zijn (materie) en niet-zijn (de ruimte) die de oosterlingen in hun werk aan de dag leggen loopt synchroon met hun religieuze opvattingen over de structuur van het leven en van het universum: iets ontstaat uit niets en wordt weer (n)iets waaruit dan weer iets (anders) ontstaat. Dialectiek, ondergang die geboorte laat ontstaan zijn de basisvoorwaarden voor de evolutie van het ‘leven’.

Het is eerder zeldzaam als vormgegeven leegte ook ontstaat door de hand van een westerse kunstenaar. Als dit voorkomt wordt het meteen door prominenten in het kunstvak bovenaan de piramidale hiërarchie geplaatst. Deze vorm van ontwerpen komt wel eens voor in de Scandinavische landen en drie van deze Scandinavische grootmeesters zijn dit voorjaar gebundeld in een tentoonstelling.
De Zweedse Eva Hild probeert als kunstenaar ‘het mysterie’ te vatten in haar stiller dan woordloze sculpturen. Naast ‘objecten-an-sich’ zijn haar beelden ruimtes die de leegte proberen zichtbaar te maken. Op hun beurt verblijven deze geconstrueerde ruimtes in de hun opgelegde buitenruimte van de omgeving.
De grote schaal maakt ze tot onwerkelijke objecten. Ze hebben een aura van ‘aliens’ rond zich, ze tonen futuristische trekken en beklemtonen tegelijkertijd hun voorhistorische herkomst.
De beelden refereren naar beenderen, kraakbeen, schelpen . Ze zijn opgebouwd in een organische stijl die een adembenemende, absolute moderniteit in zich draagt ook in de wijze waarop het organische stuk keramisch opgebouwd werd. De kronkelende lijnen en vlakken rond een centrale kern tarten het oog van de toeschouwer in zijn visueel ervaren van zwaartekracht. De ingewikkelde kronkelingen blijken bij nadere beschouwing slechts uit één doorlopende bewegende lijn te bestaan. Grappig is de nuchterheid waarmee Eva daarnaar verwijst in de titels van haar werken: in ‘Loop 1054’ verwijst het getal naar de lengte van de lijn die de sculptuur zijn vorm geeft namelijk 10 meter en vierenvijftig centimeter.
Naast de surrealistische skeletwerking is de dunheid van de materie de sleutel tot haar werk..
Eva’s sculpturen representeren niets. Haar werkmateriaal is de lege ruimte waar zij met haar materie een vorm doorheen weeft om haar voelbaar te maken., om hem te vangen in en tussen haar materiaal. Uiteindelijk leidt haar aanpak ertoe dat het verschil vernietigd wordt tussen materie en structuur, tussen buitenzijde en binnenzijde , tussen oppervlakte en diepte.

Wie naar het werk kijkt van de tweede hoofdspeler in deze tentoonstelling merkt met een eerste blik op dat dit werk een grote monumentale materialiteit tentoonspreidt. De maker is de Finse ontwerpster Kati Tuominen Niityla.
De hoge, krachtige wanden van de werken leggen grenzen op aan de innerlijke en uiterlijke ruimte. Een tweede impressie van de toeschouwer richt zich naar de tactiliteitservaring: de wanden zijn ruw of aaibaar, het licht wordt in de wanden én opgevangen én gereflecteerd. Het is de lichttoelatende wand die het stuk ook een verstilde en zachte kant geeft.
Bij verder onderzoek vervalt de densiteit van de materie om plaats te maken voor de impressionerende leegte die in en rond het werk wordt opgebouwd. Om de innerlijke ruimte te omschrijven achtte Kati , als tegenpool van Eva, het nodig deze te omhullen. De wand functioneert als grens en is de ware protagonist van de ruimte. De gestelde problematiek in haar werk luidt: welke soort ruimte roept de grenzen van de spirituele wereld op.
De derde kunstenaar van deze tentoonstelling is voor mij zo fascinerend omdat hij de problematiek van de vormgegeven leegte koppelt aan een alledaags maar juist daarom heel belangrijk gebruiksvoorwerp: een eetbord of eet- en drinkkom.
Alle werken van Kennet Williamson zijn metaforen voor de idee van vergankelijkheid. ongeacht of het om grote sculpturen gaat of om nederige borden
Williamson wordt de titel ‘deken van de Zweedse keramiek’ aangerekend. Deze betiteling dankt hij zowel aan zijn met eerbied erkende kennis van de ambachtelijke technieken alsook van de uitstraling van zijn werk waarin men een geestelijke ‘meester’ herkend.
Ook hier ziet de aandachtige toeschouwer dat zijn borden en kommen vorm geven aan de leegte en deze keer via een subtiel en complex spel van fijn genuanceerde volumes.
Voor een vakman als hij is het onderscheid tussen een goed gemaakt bord en een sculpturale vorm een dunne, niet-bestaande lijn, zo delicaat maar niet opzichtig bewegen de volumes zich in en naast elkaar.
De borden van Kennet moeten afgewassen, gestapeld, over tafel geschoven worden. Dit is de wil van de maker. De borden hebben een archetypische elan: het bord van Kennet is het bord onder de borden. Ondanks of misschien net door het meditatieve aspect dat ze in zich dragen want elk bord en elke kom leeft in een dialectiek met zijn eigen lege volume. De vorm herinnert er ons aan dat wat leeg is niet altijd leeg geweest is en ook weer gevuld kan worden. Dit laatste verklaart de betekenis van de titel van het gebruiksgoed: ‘Hunkering’, ‘verlangen’. Het is deze prozaïsche, existentiele metafoor die elke meester voort kan brengen in klei.
Alle drie de kunstenaars werken met steengoedklei.
Open op zaterdag en zondag van 14.00 tot 18.00 uur alsook op afspraak.
Rondleiding voor groepen vanaf 10 personen na afspraak.
|