portaal
agenda
artikels
piron
boeken
muziek
favorieten
nieuwsbrief
contact



STRIP
Kaas - Dick Matena

Kaas

 

Want tussen kaas en daad …

 

Dick Matena (24 april 1943, Den Haag) is met ‘Kaas’ zeker niet aan zijn proefstuk toe. Als striptekenaar heeft hij zich vanaf 1960, toen hij als vrijwilliger bij de Maarten Toonderstudio’s debuteerde, een vooraanstaande plaats in het striplandschap veroverd. Zijn voorliefde voor de literatuur wordt duidelijker naarmate zijn carrière vordert. Hij verstript jeugdromans zoals Dik Trom en Pietje Bell en valt later op in het maandblad ‘Wordt Vervolgd’ met ‘De laatste dagen van Edgard Allan Poe’. Vanaf 2001 bewerkt hij voor uitgeverij ‘De Bezige Bij’ romans als ‘De Avonden’ van Gerard Reve, ‘A Christmas Carol’ van Charles Dickens en ‘Kort Amerikaans’ van Jan Wolkers. Hij gebruikt daarvoor telkens de integrale tekst. Nu is dus ‘Kaas’ van Willem Elsschot aan de beurt…

 

Meestal is het boek beter dan de film. Scenarist, regisseur en producer zien zich, ondanks het beoogde respect aan de geest van het origineel, verplicht het verhaal te verknippen en aan te passen. Dat is eigen aan de vertaling van het ene medium naar het andere. Het verhaal, roman of novelle, wordt ontdaan van zijn literaire eigenheid en omgezet naar beelden die nog zelden bevatten wat de auteur oorspronkelijk beoogde. Dat kan ook niet anders. Literatuur is geen film en visa versa. Er heersen andere regels. Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. Men kan zich dan ook afvragen of het wenselijk is beeld aan de tekst toe te voegen of er zelfs door te vervangen.

 

 

Het omzetten van literatuur naar beeldverhaal zorgt nog voor andere problemen. Het klassieke stripverhaal met een lengte van 46 pagina’s laat niet toe meer dan een skelet van een verhaal naar voor te brengen. Het resultaat is dan ook navenant. Diepgang is heel moeilijk te vinden voor wie op laag water vaart. Adaptatie van bestaande literatuur is zelden meer dan een belediging van het origineel en zijn auteur.

Gelukkig houdt Dick Matena niet van concessies. In ‘Kaas’ behoudt hij, net zoals in zijn vorige bewerkingen, de integrale tekst van het boek van Elsschot en bewaart hij zodoende de literaire spankracht van het werk. Meer nog: de grafische bijdrage biedt een meerwaarde. Matena illustreert niet, hij vertelt.

Laarmans, de hoofdfiguur uit het boek is voor Elsschot wat K voor Kafka is. In die betekenis is het niet meer dan terecht dat de tekenaar Matena, de schrijver Elsschot uitbeeldt in de rol van Laarmans. Dit doet niets af aan de zelfherkenning van de lezer bij de figuur van Laarmans, integendeel, het haalt de band met het origineel verder aan. Niet zelden wordt aangenomen dat het illustreren van een literair verhaal de ‘verbeelding’ van de lezer in de weg staat. Hier is dit helemaal niet het geval. Met zijn verstripte versie van ‘Kaas’ treft Matena de essentie van Elsschot. Dat is niet vanzelfsprekend. De complexe donkerte, het subtiele licht en schaduwspel van ’de Avonden‘ maakt, binnen dezelfde grafische stijl en aanpak, de literaire beknoptheid en  helderheid van “Kaas” tot een evidentie. Ook hier evoceert Matena, rijkelijk gedocumenteerd een periode, een plaats, een biotoop. Dat ligt niet zozeer aan de correcte weergave van het Antwerpen uit de jaren dertig van de vorige eeuw, dan wel in het aanbrengen en aanvoelen van de juiste sfeer en tijdsgeest. Het decor is herleid tot een sober uitgevoerde constructie die naadloos aansluit bij de schrijfstijl van Elsschot. In een gedegen découpage wordt het ritme van de tekst aangepast aan de eigenheid van de getekende vertelling. Zo is er, bijvoorbeeld de kerkhofscène aan het einde van het boek. De tekst van Elsschot die in het verzamelde werk anderhalve pagina in beslag neemt wordt opengetrokken tot negen bladzijden. De tekstblokken worden kleiner en laten meer plaats voor het beeld, alsof de lucht hier opklaart en Laarmans ademruimte krijgt.


 

Matena dringt zich niet op, hij begeleidt hoogstens. Hij respecteert de interactie tussen zijn bron en het publiek. De lezer wordt in zijn vrijheid gelaten om te interpreteren, te ondergaan.

Elsschot’s ‘Kaas’ vereist de nodige aandacht bij het lezen, de beeldverhaalversie doet dat ook. Dit is geen strip zoals het doorsnee publiek gewend is. Met ‘Kaas’ laat Matena de grenzen tussen beeld en woord vervagen. Hij verlaagt de drempel tussen twee ogenschijnlijk tegenstrijdige media. Matena toont dat het beeldverhaal een genre op zich is dat zijn plaats mag opeisen tussen film en literatuur.

 

 

Ingenaaid, 283 pagina's
Verschenen: februari 2008.
Formaat: 260 x 200 x 20 mm
Uitgever: Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam
Prijs:
ISBN: 978 90 253 6339 0

 

marcel.rouffa@theartserver.org
11.03.2008



top | 22 11 2008 04:30
print